Halve strand Marathon Rockanje gelopen 25 januari 2001         

Voor het eerst heb ik ingeschreven voor de halve strandmarathon van Rockanje. Dit heb ik nooit eerder aangedurfd, bang voor blessures. Je moet altijd maar afwachten hoe je het acht kilometer lange stuk strand aantreft. Vandaag werkt het weer enorm mee. Een week geleden nog glibberden de Loopgroep Boomgaardshoek nog over het ijzige strand. Gisteren heeft het de hele dag onophoudelijk geregend, maar nu is het droog. Het is 5 a 6 graden, en er schijnt een waterig zonnetje. Zeer aangename omstandigheden om een stuk te hardlopen. De hardloopgroep vertrekt gezamenlijk vanaf de sporthal, ik zal me in Rockanje bij hen voegen. Nadat ik mijn kinderen bij Opa en Oma heb geparkeerd (er zijn ook fijne schoonmoeders!) rij ik richting de kust. Zomers rijden we dit stuk heel vaak, op zoek naar verkoeling aan zee. In de buurt van Rockanje worden de automobilisten al gewaarschuwd. Centrum voor het verkeer afgesloten ivm halve marathon. Een kuddedier ben ik nooit geweest en dat zal ik ook nooit worden (je zou hier ook eigenwijs kunnen invullen) dus ik negeer de borden. Volg de instructies naar de VVV. Ik geraak tot midden in het centrum. Vlak voor de afzettingen bij het Startdoek parkeer ik aan de Hoogvlietlaan. (bloed kruipt toch waar het niet gaan kan) 
Start en Finish liggen zo'n tweehonderd meter van elkaar. Ik besluit even een kort rondje te wandelen langs start en finish. Bij de finish verzamelt de blaaskapel. Op het dorpsplein van Rockanje is het nog rustig. Enkele lopers doen wat warming-up loopjes of zoeken een plasboom. Omdat mijn auto op drie minuten van de start staat heb ik mijn spullen in de auto achtergelaten. Ik hoef daarom geen gebruik te maken van Sporthal de Merel. Om sfeer te proeven maar ook om de loopgroep kammeraden te vinden betreedt ook ik de sporthal. Bij de entree heeft een dame van de organisatie de taak gekregen de stroom bezoekers in goede banen te leiden. "Inschrijvers rechts, omkleden links"  meldt zij melodieus. Beide gangetjes zijn door de (on)verwachte hoeveelheid al aardig verstopt. Tussen de menigte door ontwaar ik de groen blauwe kleuren van de Loopgroepsportkleding. Op een van de eerste banken waren zij na het betreden van de omkleedhal neergeploft. We tellen even de lopers voor de halve marathon. Het blijkt zo'n beetje gesplitst. Zes a zeven man voor de 10 kilometer en zes a zeven voor de halve marathon. Eigenlijk wil ik heel snel deze sporthal weer uit. Ik moet echter eerst nog mijn T-shirt afhalen. Die kan je ophalen in... u raad het al, de inschrijfhal. Ik wurm mij weer naar de entreehal. "Inschrijvers rechts, omkleden links"  Mevrouw de aanzegger is nog steeds druk doende iedereen goed te laten voorsorteren. Ik schuifel nu achter de rij na-inschrijvers aan en wacht geduldig tot ik deze mooi weerlopers kan passeren. Bij de T-shirt afhaalbalie is het gelukkig minder druk. Een vet rood kruis wordt over mijn startnummer gehaald. Stel je toch eens voor dat ik namelijk twee T-shirts zou meenemen voor de prijs van een! Nou hecht ik niet zoveel waarde aan uiterlijk vertoon, maar hadden ze geen andere kleur stift kunnen nemen. Met deze rode kleur voel ik me net een gemerkt schaap. Dit gemerkte schaap loopt  terug op zoek naar de uitgang. De schaapsherder brult iets minder geduldig dan net met een monotoon stemgeluid: "inschrijvers rechts, omkleden links".  

In de sporthal is het er ook niet rustiger op geworden. Integendeel. We maken dat we zo snel mogelijk buiten geraken en gaan richting start. Iedereen is aan het inlopen op een vrijgemaakt stuk asfalt. Wij spoeden ons naar het startdoek om een gunstige positie in te nemen. "Wil de eigenaar van donkergroene auto aan de Hoogvlietlaan,even slaat mijn hart op hol, het zal toch niet waar zijn,... een Opel Astra zijn auto even afsluiten. Zijn elektrisch bedienbare raampjes staan nog wagenwijd open. Ik blij dat ik geen Opel heb. We concentreren ons nu helemaal op de start. Net nu ik denk dat ik goed sta begint de speaker een verhaal over de startrichting. Het startdoek blijkt verkeerd te hangen, we moeten met onze neus "deze kant" op staan, waterverf deze kant maybe! Omdat de spreekstalmeester voor de lopers niet zichtbaar is zaait hij met zijn opmerkingen alleen maar onrust. Gelukkig sussen ervaren lopers de boel en blijven we staan met onze neus richting zee, ondanks het startdoek dat ons nu in spiegelbeeld toewappert. Na al dit geneuzel knalt dan het startpistool en komt de massa in beweging.   

  

Door de straten van Rockanje dansen de lopers richting strand. De eerste vijf kilometer voert ons langs enkele boerderijen naar de Haringvlietsluizen. Zelfs als je hier geblinddoekt zou lopen, zou je kunnen ruiken dat je niet via de grote stad naar het strand aan het lopen zou zijn. Een gezonde gier-lucht prikkelt de neus en test het ademhalingssyteem optimaal. Door de neus inademen en door de mond uitademen. Ik zoek een beetje naar het juiste ritme. Ik loop een klein stukje op met " Volleybal-Joop" Ik maak een praatje pot en vertel hem dat ik ga proberen zo lang mogelijk met Carl en Jan (twee leden van onze loopgroep) de wedstrijd te vervolgen. Deze twee heren lopen zo'n tien tot vijftien meter voor me, maar ik verlies ze niet uit het oog. Na plusminus vijf kilometer draaien we het strand op.

                   

Vlak voordat het echte lopen langs de vloedlijn begint krijgen op 6 kilometer eerst nog een drinkpost. Daar moetzen ze helaas nog het een en ander leren. De thee staat in een grote hete ketel , maar de bekertjes eromheen zijn allemaal leeg. Wachten dus op het inschenken, het lijkt Ahoy wel. Lopers achter mij hebben dit eerder door dan ik. Ze graaien een voor een de vers ingeschonken theebekertjes uit de handen van de vrijwilligers. Ik zat al een tijdje voor Jan L..  op mijn thee te wachten, maar dan lukt het toch.  Ik neem een slok, maar ik verband mijn tong. Het  ingeschonken vocht  blijkt dan zo heet te zijn, dat je gerust eerst je strandstoel kan uitklappen voordat deze de drinktemperatuur bereikt. Omdat je daar als loper nou niet echt 'op zit te wachten', probeer ik zelf de thee wat te laten afkoelen. De volgende drinkpost is pas op 16 kilometer dus ik wil perse toch wat drinken. Ik gooi het bekertje half leeg en loop er een tijdje mee in mijn hand. Mijn snelheid zorgt nou niet direct voor afkoeling, maar met een fikse zeebries en wat geblaas in mijn bekertje kan ik toch nog na enkele ogenblikken een paar slokken naar binnen krijgen. Dit gedoe heeft me wel een beetje uit mijn ritme gehaald. Carl en Jan hebben of een loden pijpie of ze hebben niets gedronken want ik zie ze niet meer.

Ik concentreer me nu op het lopen langs de zee. Ik heb nog nooit zo'n lang stuk langs de zee gelopen. 's Zomers zijn we wel eens aan het strand maar langer dan een kort trimloopje  kom ik dan verder niet. Bovendien loop ik dan ook lekker op blote voeten. Nu is het zoeken naar de juiste ondergrond. Er zijn lopers die vlak langs de waterlijn lopen, er zijn er ook die vlak langs de duinen lopen. Ik kies voor het stuk daar tussenin. Het zand is er niet te rul, maar ook niet te zacht. Je zakt er niet zo diep in weg. Je kan er bovendien overzichtelijk lopen. Je loopt niet het risico dat je opeens een natte oversteek moet maken. Ik wil een paar sopschoenen vermijden. Dat verkleint de kans op blaren. Bij mijn twee maten ben ik door de theeperikelen en het manoeuvreren op het strand wat achterop geraakt. Niemand loopt op dit stuk strand ook naast elkaar. De grote optocht is begonnen. De lopers voor mij gaan voor mij net even iets te langzaam. Ik besluit om deze lopers met een paar korte tempoverhogingen te passeren. Ik heb gezien dat Carl en Jan niet onbereikbaar ver weg lopen. Beetje bij beetje kom ik naderbij. Achter mij hoor ik een grove vloek en schreeuwende mannen. Een loper is gestruikeld over een van de vele uitstekende stenen en de mannen daarachter kunnen hem ternauwernood ontwijken.  Vlak na deze valpartij kan ik bij mijn compagnons aansluiten.  We praten wat over de tussentijden op de vijf en tien kilometer. De 27.20 en 58.15 zijn voor mij op zo'n lange afstand (te?) snelle tussentijden. De tijden zijn onverwacht snel. Ik hoop dat ik niet te snel gestart ben, en dat ik niet helemaal in elkaar zal gaan. Bij het strandpaviljoen denk ik aan de zonnige zomerdagen die we hier afgelopen jaar op het strand hebben doorgebracht. Het contrast is mooi. Geen blote geoliede lichamen, geen branding tennissende stelletjes en geen jengelende kleine kinderen, en ook geen moeders waarvan het geduld helemaal op is. Daarentegen dik aangeklede mensen, met kwijlende honden, die zich verbaasd afvragen waar ze op hun zondagse strandwandeling in belandt zijn.  Ze zullen zich vertwijfeld afvragen wat dat stel idioten bezield om 21 km te gaan hardlopen.  

         

Acht kilometer strand zit in deze halve  marathon. Echt moeilijk heb ik het nog niet, en we lopen nu met z'n drieën breeduit over het strand. Hoe dichter we bij Oostvoorne komen hoe breder het strand. Het is hier ook geen enkel probleem om naast elkaar te lopen. Bij het autostrand zien we het vertrouwde beeld van kleine karretjes die met een rotgang over het strand worden getrokken door enorme vliegers. We zijn hier aan het eind van het strandgedeelte en juist hier lijk ik de aansluiting met mijn lopers te verliezen. Dat vindt ik niet zo erg. Mijn doelstelling om het strandstuk met ze mee te lopen is volledig geslaagd. Een joekel van een strandopgang (met lekker rul zand) betekend einde strand. Als ik hier tegenop wandel denk ik bij mezelf, Hennie Stamsnijder heeft zijn fiets vergeten, ga terug , ga niet door start, u ontvangt geen 20.000 gulden. Op het 16 km punt is er gelukkig koude thee. De smalle paadjes door de duinen zijn heel erg drassig en modderig. Een fikse plensbui deed mij het zilte van de kust op mijn lippen proeven. Heerlijk! Ik heb me er maar mee verzoend om de laatste vijf kilometer zonder Carl en Jan af te leggen. 

    

Bij de 15 km had ik 1.28 of zoiets. Nog steeds een redelijk vlak schema. Ik word nu alleen nog maar ingehaald. Deprimerend is dat. Van het ene op het andere moment heb ik geen zin meer. Ik kan het niet meer opbrengen om bij deze lopers aan te pikken. Dat wordt anders als er twee vrouwen langszij komen. Ze hebben er een lekker tempo in zitten. Op het strand had een van de twee het even moeilijk, maar daar is nu in ieder geval niets meer van te merken. Omdat ik in de verte toch mijn twee maten weer zie lopen, probeer ik met deze "escort" ladies nog een keer de sprong te wagen. We lopen een behoorlijk tempo, en zowaar op 18/19 km sluit ik weer bij Carl en Jan aan. He daar heb je Pim ook weer zei Jan . Dat was het laatste wat ik van hem heb gehoord. Met "mijn" tandem trok hij er tussenuit. Waar zouden we toch zijn zonder vrouwen in de hardloperij! Mijn accu was leeg! Zo snel als ik ze had bijgehaald, zo snel was ik ze ook weer kwijt. In het bos op een bankje zat een oudere dame. Ze applaudisseerde voor iedere loper. Nog tien, minuten, kom op, jullie zijn er bijna. Ondanks deze aanmoedigingen ga ik daarna toch even wandelen. Ik kan echt niet meer. Na honderd meter wandelen zie ik een ANWB-paddestoel met daarop Rockanje 1,1 km. Als ik dat had getweeën dan was ik nog wel even doorgegaan. Direct vervloek ik mezelf, en hervat het lopen weer. Bij de 20 kilometer passeer ik de klok bij 1.58.20. Jammer een tijd onder de twee uur zit er niet (meer) in. Dat had ik van tevoren ook niet verwacht. Op het dijkje in Rockanje ben ik de wanhoop nabij. Juist als je er bijna bent moet "de Knop" nog even 'om'. HUP Pim, hoor ik van onderaan de dijk. Sylvie, de vrouw van onze snelle loper Bakker Jan loopt daar met haar schoonfamilie. Jan zal al wel lang en breed gefinisht zijn. Voor hem was dit ook zijn eerste halve marathon. Ik ben benieuwd naar zijn ervaringen. Naar Sylvie schreeuw ik nog "ik wil niet meer". Als je dat nog zo kan uitkramen, moet dat laatste stukje toch ook nog wel kunnen houdt ik mezelf voor. 

Met een flauw bochtje naar rechts komt de finish in zicht. Vlak voor de finish zie ik rechts langs de hekken een aantal tien kilometerslopers en loopsters uit de loopgroep. Ze waren nog net niet op weg naar huis. Kom op Pim, roept Hilde me nog na. Ik maak al gebarend nog een dolletje maar ik ben op. Op ongeveer 2.05.00 loop ik de fuik in van de uitslagendames, EHBO'ers en Extran-uitdelers. Een flesje met het gele vocht neem ik gretig aan. Eigenlijk heb ik veel te weinig gedronken onderweg. Er waren maar twee drinkposten en dat waren niet zo heel erg veel tafels. Mede daardoor zit er aan de rechterkant van mijn gezichtsveld  een soort waas langs de zijkant. Enkele keer eerder heb ik daar ook wel eens last van gehad. Vermoeidheidsverschijnsel? Mijn nummer wordt op een lijst genoteerd. Krijgen we dan toch nog een officiële uitslag? En dat zonder chip aan mijn veter! OP het dorpsplein komt iedereen te samen. Joop P. gaat nog een leuke foto maken. Ook hij heeft vandaag zijn kilometers weer gemaakt. Carl en Joop V. lachen voor de foto ook nog wel even en de plaat wordt geschoten. Die Joop blijft toch altijd met z'n vak bezig. De Magnaat kan trots op hem zijn. In de sporthal komt iedereen weer een beetje bij zijn positieven. Iedereen zit nog na te hijgen. Links van mij zie ik opeens Mario Kadiks staan. Met zijn handen in zijn loshangende regenjas (model Johan Cruyff) overziet Napoleon zijn Strand-Waterloo. Zijn gedachten zullen vermoedelijk alweer uitgaan naar volgende jaren. Binnen een paar jaar willen ze de halve van Rockanje hoog op de importantielijst van het atletiekseizoen hebben staan. Als dat zal lukken, dan hebben wij hem in ieder geval al gelopen, weet je nog... toen hadden ze in de sporthal alleen maar koude douches! Dat was pas afzien. Een enkeling laat daarover zijn afkeuring in verbazende termen blijken, maar Mario reageert niet. Je ziet hem broeden. Jan, onze snelle bakker uit Rommeldam is geëindigd op 1.44.00 . Vier minuten meer dan ik had voorspeld. Hij had het het laatste stuk ook behoorlijk zwaar gehad. Ook hij had nog een val op het strand gemaakt. Al met al was hij toch tevreden met zijn gelopen tijd. Over tijd gesproken. Verbaast ben ik, als ik een paar dagen later op internet de officiële uitslag zie staan. Ik blijk officieel geklokt te zijn op 2 uur 4 minuten en 22 seconden. Hoe dat precies berekent is weet ik niet. Ik ging namelijk net onder de 2.05 het finishdoek door. Bij de start had ik zelf een verschil van vijftien seconden geklokt, maar ja die paar seconden maakt voor mij ook niets uit. Ik heb nauwelijks last gehad van spierpijn dus ik ben dik tevreden. De weg naar Rotterdam 2001 is opengesteld.

Voor de liefhebbers nog even de tijden van de Loopgroep Boomgaardshoeklopers op de halve marathon:

Bakker Jan 1.43.20, Jan B.  2.01.00, Carl S.  2.03.00, Pim Paparazzi 2.04.22. 

- Pim Paparazzi -



Gratis website
Eigen website maken